Ik wil een slimme hond! Of toch niet?
De meeste mensen willen graag een slimme hond. Of dat denken ze toch. In de meeste gevallen is het echter niet wat het beste bij hen past.
Heel af en toe fokken wij een nestje Ijslandse Honden pups. En dan krijg je contact met allerlei mensen die om allerlei redenen op zoek zijn naar een nieuwe hond. Bij het laatste nestje had ik contact met een paar mensen die om dezelfde reden voor een Ijslandse Hond wilden kiezen; Omdat het slimme honden zijn.
Tijdens het gesprek werd duidelijk dat ze het allemaal leuk vonden om op Youtube een paar bekende hondentrainers te volgen, en dat deze één of meerdere Ijslandse Honden hadden die telkens in hun filmpjes te zien waren terwijl ze hun nieuwe trucjes tonen aan de wereld. Super natuurlijk dat het ras zo meer bekendheid krijgt, maar het nadeel is dat de filmpjes een beetje een vertekend beeld geven. Als je kijkt hoe ze de trucjes aanleren, dan lijkt het allemaal heel makkelijk te gaan. Op een filmpje van 3 minuten leert de hond een nieuw trucje, en dat week na week na week. Wat ze natuurlijk niet tonen zijn al de uren die ze echt spenderen om hun honden die trucjes aan te leren. Moesten ze het hele proces tonen dan zou het natuurlijk een heel erg saai filmpje worden dat veel en veel te lang duurt. Niemand gaat immers kijken hoe een hond, verspreid over dagen of weken, urenlang de ene fout na de andere maakt totdat hij de oefening door heeft. Iemand die al ervaring heeft met honden trainen weet dat zo'n filmpjes een korte samenvatting zijn van de hele training, maar voor iemand die nog nooit een eigen hond heeft gehad, of nog nooit een hond iets proberen te leren heeft, is dat niet altijd duidelijk. Dan lijkt het of ze de honden daadwerkelijk op een paar minuten tijd iets geheel nieuw kunnen leren. En tegenwoordig zijn er dus heel wat filmpjes te vinden van mensen die hetzelfde ras gebruiken in hun video's als wat wij af en toe fokken.
En dus kreeg ik de vraag of we nog een pup beschikbaar hadden, want ze hadden de filmpjes gezien en wilden ook een hond die zo snel leerde en zichzelf bijna trainde. Op zich is daar natuurlijk helemaal niets mis mee. Iedereen wil wel een hond die makkelijk te trainen is en heel snel leert. Of dat is toch wat je zou denken dat je wil. Maar is dat ook wel zo? Wanneer ik de potentiële pupkopers meer vertelde over het ras en over het hebben van een 'slimme' hond, kwamen sommigen tot de conclusie dat ze misschien toch liever een 'domme' hond zouden hebben.
Nota: Ik gebruik 'dom' hier enkel om het verschil aan te geven. Natuurlijk is geen enkele hond dom, enkel minder trainbaar omdat hij meer natuurlijk gedrag vertoont of eigenzinniger is. Dus ik hoop dat niemand aanstoot neemt als ik deze term gebruik om zijn ras te beschrijven. Ik gebruik het hier enkel in de context van het verhaal om het verschil duidelijk te maken.
Dr. Stanley Coren, hoogleraar psychologie, neuropsychologisch onderzoeker en schrijver over de intelligentie, mentale vermogens en geschiedenis van honden, heeft heel wat verschillende boeken geschreven. En één boek richt zich in het bijzonder op hoe slim honden zijn. Het boek met de titel 'De Intelligentie van honden', somt de slimste honden op na onderzoek en raadpleging van 200 keurders van gehoorzaamheidswedstrijden voor honden.
Volgens Dr. Coren was de overeenstemming tussen de juryleden hoog. Elk van de juryleden kreeg een gedetailleerde vragenlijst om de verschillende 78 verschillende rassen te rangschikken. Enkel de rassen waarvan minstens 100 honden hadden meegedaan dat jaar aan een gehoorzaamheidswedstrijd kwamen in aanmerking. Interessant is dat meer dan 190 juryleden de Border Collie in de top 10 plaatsten als het ging om slimste rassen. Op dezelfde manier beoordeelden meer dan 120 juryleden de Afghaanse windhond als het minst slimme ras. Het onderzoek wees er ook op dat er verschillende uitzonderingen zijn en dat het merendeel neerkomt op training. Dr. Coren gelooft dat de mentale capaciteiten van honden gelijk zijn aan die van een mensenkind van 2 jaar oud. Interessant genoeg is onze viervoeter zelfs in staat complexe problemen op te lossen.
Hondenintelligentie heeft verschillende dimensies, vergelijkbaar met het menselijk intellect. Bij mensen kunnen we intelligentie categoriseren in het geheugen, het vermogen om cijfers te begrijpen, redeneren, verbale vaardigheden en vele andere. Als het gaat om hondenintelligentie, classificeren experts de slimheid van honden in drie belangrijke facetten.
- Instinctieve intelligentie
- Adaptieve intelligentie
- Intelligentie voor werken en gehoorzaamheid
Laten we eerst eens even bekijken wat deze verschillende classificaties inhouden:
Instinctieve intelligentie
Instinctieve intelligentie zijn de erfelijke eigenschappen van een ras. Je hond hoeft sommige dingen niet te leren, hij kan ze al vanaf dat hij geboren is. Deze kenmerken kunnen van alles zijn, zoals het hoeden van schapen, iets bewaken of jagen. Over het algemeen hebben herdershonden het vermogen om dieren bij elkaar te drijven en ze in de goede richting te sturen. Sinds het begin van de domesticatie van honden hebben mensen en honden samen gejaagd. Deze jachthonden hebben een sterke prooidrift en zijn doorgaans zeer ontvankelijk voor training.
Adaptieve intelligentie
Instinctieve intelligentie is aangeboren, terwijl adaptieve intelligentie meer gaat over sociaal bewustzijn en leren van de omgeving. Over het algemeen leren hondachtigen door observatie, zoals het openen van deuren door de klink naar beneden te duwen. Je hond ziet het je dagelijks doen, en leert het daardoor zelf ook te doen. Adaptieve intelligentie duidt op het probleemoplossend vermogen van uw hond. Enkele veelvoorkomende scenario's zijn het begrijpen van de gezichtsuitdrukkingen van hun baasje of het herkennen van vrienden, families en frequente bezoekers.
Werk-intelligentie
Werk-intelligentie is het vermogen van uw hond om iets van mensen te begrijpen. Het verwijst naar het vermogen dat een hond getraind kan worden voor moeilijke en complexe taken, zoals geleidehond worden. Onder gehoorzaamheids-intelligentie vallen ook de woorden die uw viervoeter van u kan leren. Volgens Dr. Coren kunnen de meeste honden meer dan 165 woorden leren, terwijl de slimmere honden meer dan 250 woorden kunnen begrijpen. De slimmere hondenrassen hebben ook het potentieel om sneller te leren dan de andere rassen. De slimste rassen hebben voldoende aan 5 keer een nieuw bevel oefenen, terwijl de minst slimme rassen 80 or meer herhalingen nodig hebben om dat nieuwe bevel te kennen.
De criteria die gebruikt worden in de testen om te bepalen hoe 'slim' een hond is, zijn dus voornamelijk gebaseerd op hoe goed een hond scoort bij gehoorzaamheidswedstrijden. De term 'slimste rassen' is hier dan ook niet geheel correct, want er zijn rassen die misschien wel slimmer zijn dan de rassen op deze lijst, maar die wat minder trainbaar zijn en daardoor lager scoren. Ik denk bijvoorbeeld aan Voodoo, de Basenji die ik vroeger had. Dit ras wordt beschouwd als één van de 'domste' rassen die er zijn. De Basenji staat op de voorlaatste plaats van de 78 rassen in het boek van Dr. Coren en zal dan ook nooit in top-10 lijstjes van 'slimste honden' worden vermeld. Toch was deze Basenji in mijn ogen een heel stuk slimmer dan de Kelpie die ik nu heb, welke wel regelmatig voorkomt in deze lijstjes. Toegegeven, Jinx, mijn Kelpie, is de slimste hond die ik nu heb. Hij leert snel, is gehoorzaam, en heeft doorgaans aan een half woord genoeg om te weten wat ik van hem verwacht. Maar moest ik hem naast een Basenji zetten en ze beide een probleem geven om op te lossen, zonder verdere instructies te geven, dan durf ik erom te wedden dat de Basenji de oplossing veel sneller heeft gevonden dan de Kelpie. De Kelpie zou het sneller opgeven en zich naar mij wenden. 'Baasje, help!', terwijl de Basenji zou blijven proberen het probleem uit verschillende hoeken te benaderen tot hij de oplossing heeft gevonden. Echter, als ik beide zou moeten leren om bijvoorbeeld op hun achterpoten te gaan staan en een rondje te draaien met een enkel commando, dan gaat mijn Kelpie dat makkelijk op een uurtje leren terwijl het bij de Basenji waarschijnlijk een week zou duren voordat hij het zou doen. Persoonlijk hecht ik dus meer waarde aan de adaptieve intelligentie dan aan de werk-intelligentie.
Dit voorbeeldje even om duidelijk te maken dat 'slim' zijn, subjectief is en geheel afhankelijk van de context waarin je het bekijkt.
Maar terug naar het lijstje van slimste honden. Er zijn 78 rassen getest en dit is de top 10:
- Border Collie
- Poedel
- Duitse Herder
- Golden Retriever
- Doberman
- Shetland Sheepdog
- Labrador Retriever
- Papillon (Vlinderhond)
- Rottweiler
- Australian Cattle Dog
Aan het einde van de lijst vinden we de volgende rassen:
- Borzoi
- Chow Chow
- Bulldog
- Basenji
- Afghaanse windhond
Wat mij direct opvalt is dat er in de top 10 erg veel populaire rassen staan. Niet verwonderlijk, want zoals ik hierboven al zei; wie wil er nu geen slimme hond?
Wat me daarnaast ook opvalt is, dat als je werkzaam bent als trainer, gedragstherapeut of vrijwilliger in een asiel, dat het meestal ook deze rassen zijn waar de mensen problemen mee hebben. Mensen hebben veel vaker problemen met hun hond als ze een slimme hond hebben. Je ziet, bijvoorbeeld als trainer, zelden een 'domme' hond waar de mensen geen weg mee kunnen. Als ik de vraag krijg voor privétrainingen om een probleem op te lossen, dan is dat 9 van de 10 keer voor de rassen in dit lijstje, of voor een mix waarin één of meerdere van deze rassen zitten. Maar heel zelden hebben mensen die bijvoorbeeld een Basset Hound (je weet wel, van die honden met die treurige blik, korte pootjes en oren die bijna tot tegen de grond hangen) een probleem met hun hond waarvoor ze hulp nodig hebben. Waar zit het dan het verschil?
Stel ik heb mijn Kelpie en ik zet hem in de tuin. De tuin heeft een omheining waar de hij niet overheen kan springen, maar hij ziet toch iets buiten de tuin waar hij echt, echt wel naartoe wil. De Kelpie zal gaan rondkijken. 'Ooh, daar staat een stoel naast de vuilnisbak. Als ik nu eerst op de stoel, en vandaar op de vuilbak spring, dan kan ik vervolgens over de omheining.' En weg is onze Kelpie.
Ik zet een Basset in dezelfde tuin. 'Hmm... een stoel en een vuilnisbak.' Hij heft zijn poot op tegen de vuilnisbak en gaat verder kijken of hij nog iets interessants vindt verder in de tuin.
Voor mijn Kelpie is het een uitdaging om een uitweg te zoeken, die heeft altijd een bezigheid en mentale stimulatie nodig. Voor de Basset is het allemaal te veel moeite en te veel gedoe. Die is tevreden met een beetje rondsnuffelen. Wat zie jij je hond het liefste doen?
Een ander voorbeeld. Ik wil de Kelpie en de Basset leren zitten op commando. Ik haal mijn snoepjes boven en begin te trainen. Na een paar minuten gaat mijn Kelpie mooi zitten als ik hem het commando geef. Na nog eens 5 minuten is hij het beu en wil hij iets nieuw doen en moet ik alweer de volgende oefening verzinnen.
De Basset wil het maar niet snappen in het begin. Ik oefen dagelijks een paar keer 5 minuutjes en na twee weken ploft hij vrolijk op zijn poep neer als ik hem het commando geef. Jeej! Twee weken proberen en nu kan hij het.
Geef je beide honden na een paar maand hetzelfde commando, dan gaat de Kelpie zitten van 'Is het zo goed? Of meer naar links? Of eerst een rondje draaien, of met mijn voorpootjes van de grond, of... of...". De Basset gaat neerploffen van 'Voilá, ik zit net zoals je het me geleerd hebt.'
Elke hond heeft constant nieuwe uitdagingen nodig, maar bij een 'slimme' hond moet je er veel en veel meer verzinnen dan bij een 'domme' hond. Op twee weken tijd wil de Kelpie 10 nieuwe dingen leren, terwijl de Basset nog helemaal in beslag genomen is door de eerste oefening. Op het eerste zicht lijkt 10 nieuwe dingen leren elke twee weken natuurlijk veel leuker. Maar als je dan gaat tellen hoeveel dingen je moet verzinnen op een jaar, of op 10 jaar tijd, dan kun je maar best heel creatief zijn met het verzinnen van oefeningen, trucjes en bezigheden. Bij onze Basset gaat het allemaal wat trager, maar eenmaal hij iets geleerd heeft dan kent hij het ook. Er zijn zoveel repetities aan vooraf gegaan dat het echt ingebakken is. Bij de Kelpie moet je maar hopen dat hij (en jij ook) alles kan onthouden en dat je alles tussendoor nog genoeg kunt herhalen zodat hij het blijft kennen. En dat is soms best vermoeiend.
De populairste kruisingen op dit moment, de Labradoodle en de Goldendoodle, zijn gevormd door twee van de slimste honden te kruisen; de Poedel en de Labrador of de Golden Retriever. Veel mensen kiezen voor een Doodle omdat ze er leuk uit zien, en omdat ze minder of niet zouden verharen, maar ze houden er vaak geen rekening mee dat ze ook een heel slimme hond in huis halen die hoog scoort op instinctieve, adaptieve en werk-intelligentie en dus zeker moet worden opgevoed en beziggehouden, en dat dat meer werk gaat zijn dan met de gemiddelde andere honden. Heel veel mensen zijn daar niet op voorbereid, en worden ook niet gewaarschuwd door de fokkers of andere liefhebbers van deze honden. Dit blijkt ook uit de cijfers. De Doodles vormen tegenwoordig de grootste groep van honden waarvan de baasjes professionele hulp zoeken omdat ze problemen met hun hond hebben. Er zijn natuurlijk ook heel wat Doodles waarbij het wel allemaal goed gaat, net zoals ook niet elke Border Collie of Duitse Herder probleemgedrag ontwikkeld, maar het is toch iets om even over na te denken vooraleer je zo'n ras of kruising in huis neemt.
Zorg je niet voor een bezigheid voor een 'slimme' hond, dan is de kans groot dat hij zelf wel een activiteit gaat verzinnen. En waarschijnlijk vindt hij dan een bezigheid uit die je niet goedkeurt. En dan moet je het probleem weer gaan proberen op te lossen.Een slimme hond zal ook meer gaan uittesten. Je gooit een bal en hij brengt deze terug. Je gooit hem weer weg en hij brengt de bal weer terug. Je bent even afgeleid en je hond blaft eens. Je neemt de bal en gooit hem weg. Een slimme hond kan gaan denken van 'ooh, ik blaf en mijn baasje gooit direct de bal, dat moet ik volgende keer weer proberen'. Je hond brengt de bal terug en blaft van zodra hij de bal aan je voeten laat vallen. Je raapt de bal op en gooit hem weer weg. Voila, de kans is er dat je nu je hond hebt geleerd om telkens te blaffen als hij wil dat je zijn bal weg gooit.
Nu is dit allemaal natuurlijk heel algemeen. Er zijn ook genoeg 'slimme' honden die geen probleemgedrag ontwikkelen en er zijn 'domme' honden die dat wel doen. Maar over het algemeen genomen kun je wel stellen dat de kans op problemen met een 'slimme' hond groter is dan bij een 'domme' hond.
Toekomstige hondenbaasjes moeten onthouden dat het hebben van de slimste hond als huisdier niet altijd de beste optie is, omdat het net zo uitdagend kan zijn. Bovendien hoeft uw pup geen genie te zijn om u liefde en genegenheid te tonen. Alle honden zijn geweldige metgezellen en hondenbaasjes moeten zich concentreren op de sterke punten van hun honden. Elke hond kan de ideale metgezel en je beste vriend zijn. Sommige zijn sympathieker en socialer, andere scoren hoog op intelligentie en nog andere zijn gewoon heel makkelijk om in huis te hebben. Elke hondentrainer zal je zeggen dat alle honden in staat zijn basiscommando's te leren, zoals zitten en blijven. Het enige verschil tussen de trager lerende hondenrassen en de slimmere is de tijd die nodig is om het commando te leren begrijpen. In plaats van direct één van de slimste hondenrassen te kiezen, kunt u het beste een huisdier kiezen dat bij uw levensstijl past en een geweldige metgezel wordt, of dat nu een slimme of een minder slimme hond is.