Apport!

Apport!

Het spelletje waarvan elke hondeneigenaar zou willen dat zijn hond het kent, maar dat toch lang niet alle honden willen spelen. Het lijkt zo eenvoudig en je ziet het in zoveel films, tv-series en in het park, maar in werkelijkheid zijn het meestal de eigenaars, die de bal weg gooien, die de bal ook zelf terug moeten gaan halen en zich afvragen waarom hun hond maar niet wil begrijpen dat het spelletje veel leuker is als zij zelf de bal terug bij je brengen zodat jij hem weer weg kunt gooien.

De reden waarom het vaak niet lukt is dat in tegenstelling tot achter je aan jagen en trekspelletjes spelen, niet elke hond instinctief dit spelletje kent. Ze kennen wel het gedrag: neem iets op en draag het mee, maar ze kennen dit niet in spelvorm met de mens. De kans is dus groot dat we onze hond eerst moeten leren hoe dit spelletje werkt, voordat we balletjes kunnen gaan gooien die we niet telkens zelf terug moeten gaan oprapen.

Hoe leren we het aan?

Er zijn veel verschillende manieren om je hond te leren iets terug te brengen, dus het is een beetje uitproberen welke manier voor jouw hond het beste werkt. Maar als je hond de vorige twee spelletjes, het achter ons aanjagen en het trekspelletje al kent, dan kunnen we hierop verder bouwen om hem het apporteren aan te leren.

  • Zorg dat je dit speelt met een speeltje dat geschikt is voor het formaat en de intensiteit van je hond. Voor kleine, jonge en oude honden is een wat zachter speeltje meestal favoriet. Ik gebruik zelf graag van die lange pluche poppetjes zonder vulling voor pups, en naarmate ze ouder worden , ballen... Sommige honden willen met elk speeltje spelen, sommige zijn heel kieskeurig waar ze hun tanden wel of niet in willen zetten, dus experimenteer een beetje en kijk met welke speeltjes jouw hond het liefste speelt. Jonge pups van kleine rassen vinden van die speelmuisjes voor katten vaak erg leuk. Voor grotere pups en volwassen honden gebruiken we grotere speeltjes.
  • We dagen eerst onze hond uit om een trekspelletje te spelen. Zorg dat hij er plezier in heeft en op gaat in het spel. Laat je hond een paar keer winnen zodat hij het leuk vind. Wanneer de hond dan toch eens verliest, gooi dan het speeltje een metertje weg. Verder weggooien is nog niet nodig. Kijk nu wat je hond doet. De kans is groot dat je hond het speeltje gaat oprapen en terug naar je toe brengt om verder te kunnen spelen. Dit is reeds een apport! En je hond wordt direct beloond door een trekspelletje. En met direct bedoel ik ook direct! Dus niet eerst zeggen dat hij braaf is of hem een aai of een snoepje geven. Zodra hij weer bij je is neem je het speeltje vast en begint het trekspelletje. Doe dit regelmatig en je gaat zien dat je al snel het speeltje telkens een beetje verder weg kunt werpen en dat je hond het enthousiast gaat terugbrengen.
  • Als dit allemaal goed gaat, dan gaan we rustig beginnen met het telkens wat verder weg te gooien. Spaar je krachten nog even en ga het speeltje niet meteen zo ver gooien als je kunt, maar begin met twee meter, dan drie meter, en zo rustig aan opbouwen. Om je hond te stimuleren om het speeltje terug te brengen, gaan we eerst wachten tot je hond het speeltje heeft opgeraapt, en dan gaan we hem naar ons toe lokken door ons weg te draaien van hem en 'Pak me dan' te spelen. We roepen zijn naam 'Rumba, kom!' en gaan een metertje weglopen. Loop niet te ver. Het is niet de bedoeling dat je hond zijn speeltje moet laten vallen om achter je aan te kunnen lopen. Bouw het ook weer heel rustig op en loop telkens maar een metertje verder. Je gaat zien dat het niet lang duurt voordat je hond het snapt en enthousiast het speeltje gaat halen, vasthoud en terug naar je toe brengt, zelfs al ben je zelf een andere kant op aan het lopen.

Een andere manier waarop je je hond kunt leren om iets terug te brengen is door een speeltje te gebruiken waarin je een paar snoepjes kunt verstoppen, maar waar de hond zelf niet bij kan. Als hij de snoepjes wil, dan moet hij het speeltje naar jou toe brengen, zodat jij de snoepjes tevoorschijn kunt toveren. Laat je hond eerst duidelijk zien dat je de snoepjes in het speeltje stopt, laat hem even proberen deze zelf eruit te nemen, wat hem niet mag lukken, en toon hem dan dat jij het wel kunt. Doe dat een paar keer en gooi het speeltje dan een half metertje weg. De kans is groot dat je hond het speeltje direct naar jou gaat brengen, want hij weet nu dat er iets lekkers in verstopt zit en dat jij het eruit kunt halen voor hem. Blijf dit herhalen en gooi het telkens iets verder weg. Wanneer hij weet hoe het spelletje werkt, kun je de snoepjes weg laten uit het speeltje en hem telkens hij het terug brengt, gewoon een snoepje uit je hand geven. Uiteindelijk kun je dit ook gaan minderen en nog maar af en toe een snoepje geven als hij het terug brengt. Als je alles goed gedaan hebt, zal je hond dat niet eens erg vinden, want hij heeft nu geleerd hoe leuk dit spelletje is, en zal het ook gewoon willen spelen omdat het leuk is en het spel op zich de beloning wordt. Al kan af en toe een extra beloningssnoepje natuurlijk nooit kwaad. Het zal iets dat al leuk is, alleen nog maar leuker maken!